Feiten en cijfers

Situatie LHBTI+-ouderen

  • In Nederland zijn er tussen de 700.000 – 1.200.000 personen die zich identificeren met een van de categorieën LHBTI: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse.
  • De bevolkingsprognose voor Utrecht geeft aan dat er in 2040 naar verwachting 61.500 65-plusser wonen. De inschatting is dat hiervan 4 – 6 % zich identificeert met een van de LHBTI+-identiteiten. Dit betekent dat er tussen de 2500 en 3600 LHBTI+-65+-ouderen in Utrecht zullen wonen. Ouderen worden steeds ouder (indien vanaf 50-plus wordt gerekend  is de groep vele malen groter).
  • Zichtbaar kunnen zijn en het bespreekbaar kunnen maken zijn van essentieel belang om “jezelf te kunnen zijn” . Het is helpend als je hierin bondgenoten hebt. Dat geldt voor de individuele regenboog 50-+ persoon, maar ook voor de organisatie die het wiel niet alleen wil en kan uitvinden.
  • LHBTI+-ouderen hebben een grotere kans op eenzaamheid doordat zij soms een kleiner en soms een specifiek netwerk hebben, vaak van leeftijdgenoten.
  • LHBTI+-ouderen hebben soms minder mogelijkheden voor mantelzorg, omdat de huidige generatie oudere LHBTI+-personen meestal geen kinderen heeft.
  • Er spelen in deze tijd nog steeds maatschappelijke taboes en discriminatie.
  • Soms zijn regenboogouderen zelf bang voor uitsluiting en discriminatie al dan niet veroorzaakt door trauma’s en/of discriminatie in het verleden.
  • Er is soms angst om bij verhuizing naar een zorginstelling weer opnieuw “in de kast” te moeten. Of juist weer opnieuw moed te moeten verzamelen om de eigen leefstijl en genderidentificatie kenbaar te maken (weer opnieuw uit de kast komen).
  • LHBTI+-ouderen hebben soms te maken met pestgedrag en uitsluiting in zorginstellingen.
  • Naast participatie in activiteiten “voor iedereen” is er ook behoefte aan ontmoeting met de eigen  “peergroep”.

Een greep uit onderzoek over LHBTI+-ouderen

  • Uit Nederlands onderzoek (Pijpers, 2020) over LHBTI+-ouderen van 65 jaar en ouder blijkt dat 41% ooit last heeft gehad van vooroordelen of discriminatie door buren en 36% door zorgverleners.
  • Ongeveer een derde van de LHB-ouderen (55-plus) is tegen niemand open over zijn of haar seksuele oriëntatie. De 55-plusvrouwen zitten vaker in de kast dan de mannen. (Van Lisdonk & Kuyper, 2015)
  • Zelfmoordpogingen komen onder LHBTI+-personen veel vaker voor dan onder niet-LHBTI+. Van de lesbische, homo- en biseksuele vrouwen en mannen deed 8% wel eens een zelfmoordpoging en bijna de helft dacht wel eens aan zelfmoord. (Kooiman, 2012). Onderzoek naar transgenderpersonen toonde dat 30 à 60% van de transgenderpersonen een zelfmoordpoging achter de rug heeft (Haas et al., 2014).
  • Bijna een derde (30%) van de 55-plussers die lesbisch, homo of bi is, heeft ooit aan zelfmoord gedacht. Onder de hetero 55-plussers is dit 22%. Zelfmoordpogingen worden meer dan twee keer zo vaak gerapporteerd door deze lesbische, homo- en bi-ouderen in vergelijking met hetero-ouderen
  • 7 % Van de transgenderpersonen start pas op latere leeftijd een transitie. (Kuyper & Van Lisdonk, 2015)
  • Ouderen die lesbisch, homo of bi zijn, lopen grotere kans op eenzaamheid dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. (Kuyper & Van Lisdonk, 2015)
  • Lesbische, homoseksuele en biseksuele ouderen die deelnamen aan een SCP-onderzoek en negatieve reacties ontvingen op hun seksuele oriëntatie, blijken meer risico te lopen op eenzaamheid en psychische problemen. Ook hebben deze ouderen een negatievere kijk op hun levenssituatie ten opzichte van twintig jaar geleden en zijn zij minder positief over (mantel)zorg in de toekomst. (Kuyper & van Lisdonk, 2015)
  • 55-plussers die lesbisch, homo of bi zijn, zijn ruim twee keer zo vaak arbeidsongeschikt als hetero 55-plussers. (Kuyper & Van Lisdonk, 2015)
  • Meer dan de helft van de lesbische, homoseksuele en biseksuele ouderen vindt het belangrijk dat aan verzorgend en verplegend personeel informatie over homo- en biseksualiteit wordt verstrekt. Ook wil zo’n 45% graag een LHBTI+-vertrouwenspersoon in een verpleeg- of verzorgingshuis. Zo’n 12 tot 13% verwacht dat zorgverleners nu niet goed omgaan met het feit dat zij lesbisch, homo of bi zijn. (Kuyper & Van Lisdonk, 2015)
  • Meer dan de helft van de lesbische, homo- en bi-ouderen vindt het belangrijk dat aan verzorgend en verplegend personeel (en aan vrijwilligers) informatie over homo- en biseksualiteit wordt verstrekt. Ook wil zo’n 45 procent graag een LHBTI+-vertrouwenspersoon in een verpleeg- of verzorgingshuis. Zo’n 12 tot 13 procent verwacht dat zorgverleners nu niet goed omgaan met het feit dat zij lesbisch, homo of bi zijn. (Kuyper & Van Lisdonk, 2015)
  • Binnen de GGZ gebeurt er voor roze ouderen heel weinig en als er al iets gebeurt, is dat gekoppeld aan enthousiaste behandelaren op vrijwillige basis. Dat betekent dat een deel van het leven van cliënten onzichtbaar blijft maar wel een mede probleemveroorzaker kan zijn.

Het Utrechtse onderzoek onder LHBTI+ouderen uit 2017